HK 60
HK 60 in de DARP
Previous
Next

HK 60

Pluut HK60
Pluten kwamen veel voor aan de Gelderse kust. Het is logisch dat dit scheepstype zich daar ontwikkelde. De lage zandkust – die vaak de lagerwal was – eiste een handelbaar schip dat goed kon opwerken tegen de sterke zee.

De pluut is direct van schokker en bons te onderscheiden door het eigenaardig gevormde boeisel waar een slag in zit. Achter valt het namelijk naar binnen. Van de achterkant van het zwaard tot de hoogte van de mast loopt het boeisel bijna recht om dan tot de steven rechtdoor te gaan of iets naar buiten te vallen. Het vlak is breder dan bij de schokker en de bons. Het achterschip is scherper en de kop minder hoog. De pluut lijkt daardoor wat gestrekter.

Geschiedenis HK 60

Naam

HK105
HK60 HK60 HK60
HK60

Eigenaar/schipper

Heimen Janssen – Harderwijk
Jan Klaassen – Harderwijk
? – Amsterdam
Josca en Dirk Fokkema – Beilen
St. de Oude Haven

van        tot        gebruik

1941     1947 visserij
1947     1958 visserij
1958     1977 recreatie
1977     2003 recreatie 2003 heden recreatie

 
 

Werf: Oost – Harderwijk
Bouwjaar: 1942
Materiaal, bouwwijze: eiken, karveel
Afmetingen: 12 x 3,50 x 0,65 m
Thuishaven: Spakenburg
Varend monument:

Een van de kleinere schepen in de museumhaven van Spakenburg en deel uitmakend van de Bruine Vloot is de HK60. De HK60 is een z.g. pluut. De boot is gebouwd in 1941 op de werf Veluvia van de familie Oost in Harderwijk. De gegevens van de HK60 zijn: Lengte: 12 meter Breedte: 3,5 meter Gewicht: 12.000 kilo, zeiloppervlak: 60m2

De eerste eigenaar van de HK60 was de Heijmen Jansen uit Harderwijk. Hij liet een nieuwe pluut bouwen in 1941 onder het nummer HK105. Heijmen en zijn zoons hebben ermee gevist vanuit Harderwijk tot 1946. Heijmen Jansen was eigenlijk een eendenhouder. Maar toen door de oorlog de export wegviel, had hij een middel nodig om zijn zoons alsnog in de voedselvoorziening te laten werken. Zij dreigden anders te werk worden gesteld in Duitsland. Na de oorlog startte Heijmen Jansen zijn eendenbedrijf weer op en verkocht de HK105 aan Jan Klaassen. Deze had een pluutje de HK60 dat door een explosie op de werf Veluvia vlak voor de bevrijding in 1945 verloren was gegaan. Jan Klaasen nummerde zijn nieuwe pluut om naar HK60 en heeft er mee gevist tot 1958. Door de aanleg van de nieuwe polder, Oostelijk Flevoland vielen de visgronden weg en dat is waarschijnlijk de reden geweest om te stoppen met de visserij. De boot is daarna verkocht naar Amsterdam en heeft daar gevaren tot 1977 als boot voor de recreatie. Vervolgens is de HK60 in bezit geweest van Josca en Dirk Fokkema uit Beilen. Zij hebben heel veel tijd, geld en energie in het schip gestopt om het te behouden. In 2003 hebben zij de HK90 verkocht aan Carla en Jan Schuurman uit Spakenburg en sindsdien heeft de HK60 als thuishaven de museumhaven van Spakenburg.
Pluuten en varianten daarvan werden ook in veel kleinere afmetingen gebouwd, al vanaf een meter of zeven. Men denkt wel eens dat de voorloper van de pluut een z.g. haringsjuut is geweest. Een scheepje dat ook te vinden was langs de kust van Utrecht en de zuidwest-Veluwe. Dat ook vanuit de haven van Spakenburg met dergelijke kleinere schuiten werd gevist laat een ets van Johan Conradus Greive zien, de havenmonding van Spakenburg in 1860/1870.

De HK 60 is een pluut of pluit. Het schip heeft veel weg van een schokker, overnaads gebouwd, met zware rechte stevenbalk, maar kleiner dan de botter of een schokker, en was afkomstig uit het Gelderse Utrechtse deel deel van de Zuiderzee, ook wel de Zuidwal genoemd (Harderwijk, Spakenburg en Elburg). Maar ook aan de Oostwal in de plaatsjes Blokzijl, Vollenhove, Hasselt en Kampen waren ze te vinden. De overlevering wil dat de naam pluit ontstaan is door een overijverige ambtenaar. Hij dacht dat pluut dialect was en maakte er pluit van.

Dat het varen met deze kleinere schuiten ook risico meebracht blijkt uit een krantenbericht van 27 november 1888. Het onstuimige weder van de Dinsdagavond was voor voor de Zuiderzeevaarders uit Bunschoten noodlottig: vele visschersvaartuigen bekwamen averij, en een van de kleinste soort dat koers zette naar de haven van Spakenburg, sloeg in de nabijheid van de die haven om. Met als noodlottig gevolg dat de bemanning, bestaande uit schipper Evert Heek oud 20 jaren en diens knecht Elbert de Groot bijna 16 jaren, daarbij uit het vaartuig werden geworpen en verdronken. Het vissen op de Zuiderzee was een hard bestaan en heeft de nodige slachtoffers gemaakt.

In de jaren 90 is Zijn Carla en Jan Schuurman begonnen met het organiseren van zeiltochten voor groepen, zoals voor bedrijven en families. Dit gebeurt tot op heden nog steeds en het geld dat ermee verdient wordt is hard nodig voor het in de vaart houden van de HK60. Informatie over verhuur kan worden gevonden op Botters.nl
De bemanning van de HK60 bestaat uit, Co Ruizendaal, Hans Hoitink, Cor Ruizendaal en Eilt Hofstee die heel veel werk verzetten om de HK60 in de vaart te houden. Zij varen als oudere vrijwilligers met de HK60 vooral voor het botteropstapplan. De mogelijkheid om via de VVV een kaartje te kopen voor een vaartocht van 90 minuten op het Eemmeer,

Hans Hoitink, secretaris Bruine Vloot Spakenburg